Daar ben ik weer, jullie trouwe reisbeer Knakkie! Vandaag besloten we om de benenwagen te nemen richting Ginza. Nou, dat hebben we geweten. De Japanse zomer is geen grapje, hoor. Het voelde alsof we door een reusachtige haardroger liepen. Ginza staat bekend als dé luxe winkelwijk van Tokyo, vol glimmende wolkenkrabbers, chique modemerken en hele brede straten. Maar wij belandden ergens heel anders…
Namelijk de Don Quijote, door iedereen hier liefkozend ‘Donki’ genoemd. Voor wie het niet kent: stel je een winkel voor waar werkelijk wát dan ook wordt verkocht, van KitKats in bizarre smaken tot cosmetica, kleding en elektronica. En dat alles opgestapeld van de vloer tot aan het plafond. Voeg daar felle neonverlichting en een continu op volle sterkte lopend, verslavend winkelthema-liedje (Don don don, Donki… daar ga ik weer!) aan toe en je hebt een complete overdaad aan licht en geluid. Denk aan de Action op een drukke dag en op steroïden. Hét recept voor een prikkel-explosie.
Tot mijn grote verbazing bleven Mirte en Lotte er ontzettend cool onder. Ze baanden zich moeiteloos een weg door de smalle gangpaden en scoorden een paar superleuke snuisterijtjes. Al moesten ze zichzelf wel even streng toespreken: het gespaarde zakgeld kan natuurlijk niet meteen in de eerste week al helemaal op zijn, want onze reis is immers nog maar net begonnen!
Na de Donki-gekte zijn we door de verzengende hitte weer terug naar het hotel geslingerd. Gelukkig maar, want in de namiddag trok er plotseling een bizar felle onweersbui over de stad. BOEM! Ik sprong echt een meter in de lucht van de donderslagen, zo hard klonk het tussen de wolkenkrabbers. Omdat Tokyo direct aan het water ligt, kunnen die buien in de zomer enorm heftig uitpakken en blijven de klappen van de donder heel hard echoën tussen de gebouwen.
Toen het eenmaal donker was, waagden we opnieuw een poging voor een avondwandeling richting Shiba Park en de iconische Tokyo Tower. Het onweer had de hitte helaas niet verdreven; het was nu alleen maar ontzettend benauwd geworden. We hielden het daarom bij een korter rondje om de Zojoji-tempel heen.
Tijdens die wandeling kwamen we langs de Garden of Unborn Children. Dit maakte echt een diepe indruk op me. Er staan honderden kleine, stenen beeldjes op een rij, die de zielen van ongeboren of jong overleden kinderen beschermen. Veel van de beeldjes dragen rode gehaakte mutsjes en sabbellapjes, en er staan kleine speelgoedjes en gekleurde windmolentjes bij die zachtjes draaien in de avondwind. Het was een heel stil, liefdevol en tegelijk indrukwekkend gezicht.
Wat me trouwens de hele avond al opviel — naast de stilte bij de tempel — was het geluid van de cicaden. Dat is echt bizar! Het is een oorverdovend gekrijs dat bijna elektronisch of mechanisch klinkt, alsof er ergens een kapotte bovenleiding staat te knetteren. Het is bijna niet te geloven dat zo’n geluid gewoon uit de natuur komt.
Na deze indrukwekkende dag vonden we het wel mooi geweest. We zijn snel de koele hotelkamer ingedoken om lekker bij te komen. Morgen weer een avontuur!
Liefs,
Knakkie
Geef een reactie